Ethiopië verdragen Auteursrechten

Land Ethiopië
Verdragsartikel
Datum getekend 10 augustus 2012
Datum van kracht 01 september 2016


Artikel 12. Royalty’s

1.  Royalty’s afkomstig uit een verdragsluitende staat die worden betaald aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat mogen in die andere staat worden belast. 

2.  Deze royalty’s mogen echter ook in de verdragsluitende staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty’s een inwoner van de andere verdragsluitende staat is, mag de aldus geheven belasting 5 percent van het brutobedrag van de royalty’s niet overschrijden.

3.  De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten regelen in onderling overleg de wijze van toepassing van het eerste en tweede lid.

4.  De uitdrukking “royalty’s”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, waaronder begrepen computersoftware, bioscoopfilms en films of geluidsbanden voor radio- en televisie-uitzendingen, uitzendingen voor het publiek van welke aarde dan ook, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, of voor informatie omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap. 

5.  De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty’s, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waaruit de royalty’s afkomstig zijn, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gelegen vast middelpunt, en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty’s worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14, naargelang van het geval, van toepassing.

6.  Royalty’s worden geacht uit een verdragsluitende staat afkomstig te zijn indien zij worden betaald door een inwoner van die staat. Indien evenwel de persoon die de royalty’s betaalt, of hij inwoner van een verdragsluitende staat is of niet, in een verdragsluitende staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft, waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty’s was aangegaan en deze royalty’s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt, worden deze royalty’s geacht afkomstig te zijn uit de verdragsluitende staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gelegen.

7.  Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de royalty’s, gelet op het gebruik, het recht of de informatie waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de verdragsluitende staten, zorgvuldig rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag.

Protocol:

VI. Ad artikelen 6, 10, 11, 12 en 13

1.  Inkomsten en voordelen uit collectieve investeringen via besloten fondsen voor gezamenlijke rekening gevestigd in een van de verdragsluitende staten (besloten “FJA’s”) en paraplufondsen bestaande uit diverse besloten FJA’s worden toegewezen aan de deelnemers die via de besloten FJA’s investeren en wel naar rato van de omvang van hun deelneming in het fonds. 

2.  Een besloten FJA die in een van de verdragsluitende staten gevestigd is en inkomsten of voordelen ontvangt die ontstaan in de andere verdragsluitende staat kan zelf, via vertegenwoordiging door de manager van het fonds of diens depositaris in plaats van de deelnemers in de besloten FJA aanspraak maken op de voordelen uit een overeenkomst ten behoeve van het vermijden van dubbele belasting waarbij de andere staat partij is en die specifiek van toepassing is op een van de betrokken investeerders, namens die deelnemers in de besloten FJA. 
Dergelijke vorderingen kunnen het voorwerp zijn van een onderzoek en desgevraagd verstrekt een manager van het fonds of diens depositaris relevante informatie, die een overzicht van deelnemers en de voor een vordering relevante toegewezen inkomsten of voordelen, alsmede specifieke overeenkomsten voor het vermijden van dubbele belasting uit hoofde waarvan door de FJA aanspraak wordt gemaakt op voordelen. 

3.  Niettegenstaande het tweede lid, mag een besloten FJA geen aanspraak maken op voordelen uit het Verdrag namens een deelnemer van de besloten FJA, indien de deelnemer zelf aanspraak heeft gemaakt op voordelen ter zake van dezelfde inkomsten of voordelen. 

XI. Ad artikelen 10, 11 en 12

Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van de artikelen 10, 11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

 

Disclaimer

Hierboven vindt u de tekst uit het belastingverdrag tussen Nederland en het betreffende land met betrekking tot dividenden en de bijbehorende protocolartikelen. Graag maken wij u erop attent dat het effectieve percentage bronbelasting kan afwijken van wat in het verdrag is bepaald, bijvoorbeeld door antimisbruikbepalingen in lokale wetgeving, etc.