| Land | Kazachstan |
| Verdragsartikel | |
| Datum getekend | 24 april 1996 |
| Datum van kracht | 02 mei 1997 |
1. Royalty's afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast.
2. Deze royalty's mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn, overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de genieter en de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's een inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat, mag de aldus geheven belasting tien percent van het brutobedrag van de royalty's niet overschrijden.
3. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid.
4. De uitdrukking 'royalty's', zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of het recht van gebruik van:
a. een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, daaronder begrepen bioscoopfilms, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een ontwerp, een geheim recept of een geheime werkwijze, of voor inlichtingen (know-how) omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap; en
b. nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting.
5. Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, mag de uiteindelijke gerechtigde tot de royalty's met betrekking tot leasing, zoals bedoeld in lid vier, letter b. van dit artikel, er voor kiezen belast te worden in de Verdragsluitende Staat waaruit de royalty's afkomstig zijn alsof het recht of de zaak uit hoofde waarvan die royalty's worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naar gelang van het geval, de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van dit Verdrag van toepassing op het inkomen en de aftrekposten (inclusief afschrijving) die toegerekend kunnen worden aan dat recht of die zaak.
6. De bepalingen van het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing, indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's, die inwoner is van een Verdragsluitende Staat, in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty's afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt, en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty's worden betaald, tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naar gelang van het geval, de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van dit Verdrag van toepassing.
7. Royalty's worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij worden betaald door die Staat zelf, door een staatkundig onderdeel, door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat. Indien evenwel de persoon die de royalty's betaalt, of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet, in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft, waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty's was aangegaan, en deze royalty's ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt, worden deze royalty's geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd.
8. Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de royalty's, gelet op het gebruik, het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten, zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag.
IX. Ad artikelen 10, 11 en 12
Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van artikel 10, 11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van drie jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
XI. Ad artikelen 11 en 12
1. Indien Kazachstan na 28 april 1995 met een huidige lidstaat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling een verdrag tot het vermijden van dubbele belasting heeft ondertekend dat voorziet in een lager effectief tarief voor interest of voor royalty's (met inbegrip van een nultarief), dan is dat lagere tarief automatisch van toepassing voor inwoners van Nederland.
2. Het is wel te verstaan dat de bepalingen van de artikelen 11 en 12 niet van toepassing zijn indien de vordering ter zake waarvan de interest wordt betaald, respectievelijk indien het recht of de zaak ter zake waarvan de royalty's verschuldigd zijn, voornamelijk in het leven is geroepen of is overgedragen ten einde de voordelen van deze artikelen te genieten. Ingeval een Verdragsluitende Staat voornemens is dit lid toe te passen, zal zijn bevoegde autoriteit van tevoren met de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat overleggen.
XII. Ad artikel 12
Het is wel te verstaan dat indien de uiteindelijk gerechtigde tot royalty's met betrekking tot leasing zoals bedoeld in artikel 12, vierde lid, onderdeel b, de keuze maakt zoals bedoeld in artikel 12, vijfde lid, verschuldigde interest die toerekenbaar is aan het recht of de zaak waarvoor de royalty was ontvangen en die aftrekbaar is bij het vaststellen van de netto-grondslag zoals bedoeld in artikel 12, vijfde lid, geacht wordt afkomstig te zijn uit de Verdragsluitende Staat waar de betaling wegens de leasing opkomt. Iedere zodanige rentebetaling, indien deze is gedaan aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat, is onderworpen aan de bepalingen van artikel 11 van dit Verdrag. Een keuze, gemaakt krachtens artikel 12, vijfde lid, moet worden kenbaar gemaakt aan de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat waaruit de betaling wegens de leasing geacht wordt afkomstig te zijn.
Hierboven vindt u de tekst uit het belastingverdrag tussen Nederland en het betreffende land met betrekking tot dividenden en de bijbehorende protocolartikelen. Graag maken wij u erop attent dat het effectieve percentage bronbelasting kan afwijken van wat in het verdrag is bepaald, bijvoorbeeld door antimisbruikbepalingen in lokale wetgeving, etc.